Brandweer afkortingen

Er bestaan talloze brandweer afkortingen. Hieronder een opsomming van de meeste afkortingen.

A

  • AB – Adembeschermingsvoertuig – Voertuig speciaal ingericht voor het vervoeren en / of vullen van ademluchtcilinders.
  • ABWC – Algemeen Brandweer Wedstrijd Comité – Comité dat brandweer wedstrijden op landelijk niveau coördineert.
  • AC – Alarmcentrale – De meldkamer waar alle 112 meldingen binnen komen en waarvandaan brandweervoertuigen worden aangestuurd.
  • AED – Automatische Externe Defibrillator – Een draagbaar toestel dat wordt gebruikt bij de reanimatie van een persoon met een hartstilstand. Indien de hartstilstand het gevolg is van bepaalde levensbedreigende ritmestoornissen kan een elektrische schok van een AED het gestoorde hartritme doen stoppen.
  • AFO – Airport Fire Officer – Leidinggevende bij incidentbestrijding op een vliegveld.
  • AGS – Adviseur Gevaarlijke Stoffen – Een specialist van de brandweer op het gebied van gevaarlijke stoffen welke brandweer eenheden kan adviseren.
  • AL – Autoladder – Voertuig met uitschuifbare ladder van vaak 30 meter.

B brandweer afkortingen

  • BEV – Bevelvoer – Repressief leidinggevende van een tankautospuit.
  • BFR – Brandweer First Responder – Brandweer team dat reanimaties uitvoert.
  • BMC – Brandmeldcentrale – Centrale waar alle signalen van van de BMI binnenkomen en worden verwerkt.
  • BMI – Brandmeldinstallatie – Totale samenstel van BMC, BMP, rookmelders, handmelders etc.
  • BMP – Brandmeldpaneel – Paneel waarop signalen van de BMC af te lezen zijn.
  • BOT – Bedrijfsopvangteam – Team dat collega’s na een schokkende gebeurtenis opvangt, tegenwoordig heet dit TCO.
  • BRV – Brandweervaartuig – Vaartuig/boot van de brandweer.
  • BRW – Brandweer
  • BV – Bevelvoerder – zie BEV
  • BVD – Bevelvoerder van dienst – Bevelvoerder die op dat moment dienst heeft.
  • BZ – Bevolkingszorg – Zorg voor de gemeenschap.
  • BZK – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

C

  • C2000 – Communicatiesysteem waarmee hulpdiensten onderling communiceren.
  • CACO – Calamiteitencoördinator – De calamiteitencoördinator geeft leiding en invulling aan de multidisciplinaire coördinatie van het gemeenschappelijke meldkamerproces binnen het meldkamerdomein.
  • CBRN – Chemisch Biologisch Radiologisch en Nucleair
  • CDT – Commandant
  • COH – Commando Haakarmbak – Haakarmbak met vergaderruimte voor het COPI.
  • COPI – Commando Plaats Incident – De benaming van de operationele leiding op de plaats van een incident volgens de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP).
  • CMK – Centrale Meldkamer – Meldkamer waar 112 meldingen binnen komen en worden verwerkt (tegenwoordig GMK).
  • CT – Crashtender – Voertuig speciaal ingericht voor vliegtuigbrandbestrijding.
  • CVD – Commandant van Dienst – Commandant die op dat moment dienst heeft.
  • CVE – Coördinator verkenningseenheid – zie MPL

D brandweer afkortingen

  • DA – Dienstauto – Dienstvoertuig van de brandweer.
  • DB – Dienstbus – Bestelwagen of personenbus van de brandweer.
  • DBK – Digitale bereikbaarheidskaart – Kaart van een object en zijn omgeving met daarop cruciale informatie voor de brandweer.
  • DECO – Docontaminatie – Schoonmaken van een CBRN incident.
  • DMO – Direct Mode Operation – Modus waarin een brandweer portofoon uitzend. DMO is een rechtstreekse verbinding tussen 2 portofoons (zonder zendmast er tussen).
  • DPH – Dompelpomp Haakarmbak – Haakarmbak met dompelpomp.
  • DPU – Dompelpompunit – Grote mobiele bluspomp welke grote hoeveelheden water kan verpompen.
  • DLS – Drukluchtschuim – Blusschuim dat met druk wordt weggespoten en dus een goede worplengte heeft.

E brandweer afkortingen

Brandweer afkortingen

F

  • FR(B) – First Responder (Brandweer) – Brandweer team dat reanimaties uitvoert.

G brandweer afkortingen

  • GB – Grote brand – Brand met de inzet van 3 tankautospuiten.
  • GBT – Gemeentelijk Beleidsteam – Het GBT is de organieke verschijningsvorm bij GRIP 3 naast het ROT en (eventueel) het CoPI. De leden van het GBT hebben als taak de burgemeester te ondersteunen door hem of haar te voorzien van strategisch advies.
  • GGD – Gemeentelijke gezondheidsdienst of Gemeentelijke geneeskundige dienst of Geneeskundige gezondheidsdienst of Gemeenschappelijke gezondheidsdienst – Dienst waarover elke gemeente in Nederland volgens de wet dient te beschikken om een aantal taken op het gebied van de publieke volksgezondheid uit te voeren.
  • GPD – Gaspakdrager – Brandweerman of -vrouw gekleed in gasdicht pak.
  • GM – Gereedschap/materieelwagen – Voorloper van het hulpverleningsvoertuig.
  • GMK – Gemeenschappelijke meldkamer – De meldkamer waar alle 112 meldingen binnen komen en waarvandaan brandweervoertuigen worden aangestuurd.
  • GMS – Geïntegreerd meldkamersysteem – Systeem dat gebruikt wordt op de 112 meldkamer.
  • GOLF – Gaspakdrager – Golf 1 = gaspakdrager 1, Golf 2 = gaspakdrager 2 etc.
  • GRIP – Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure – De naam van de werkwijze waarmee bepaald wordt hoe de coördinatie tussen hulpverleningsdiensten verloopt. In deze procedure is de centrale gedachte dat grotere incidenten meer onderling gecoördineerd afgehandeld moeten worden.
  • GRIP 1 – Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure 1 – Bronbestrijding. Incident van beperkte afmetingen. Afstemming tussen de verschillende disciplines nodig.
  • GRIP 2 – Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure 2 – Bron- en effectbestrijding. Incident met duidelijke uitstraling naar de omgeving.
  • GRIP 3 – Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure 3 – Bedreiging van het welzijn van (grote groepen van) de bevolking binnen één gemeente.
  • GRIP 4 – Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure 4 – Gemeentegrensoverschrijdend en/of dreiging van uitbreiding en/of mogelijk schaarste aan primaire levensbehoeften of andere zaken.
  • GRIP 5 – Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure 5 -Wanneer sprake is van een ramp of crisis die zich uitstrekt over meer dan één veiligheidsregio.
  • GRIP RIJK – Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure Rijk – Als er sprake is van een crisis waarbij diverse ministeries betrokkenheid hebben, kan dat reden zijn om GRIP Rijk af te kondigen.
  • GS – Gevaarlijke Stoffen Eenheid – Brandweer eenheid speciaal ingericht voor incidenten met gevaarlijke stoffen. Dit team kan optreden in gaspak.
  • GSE – zie GS
  • GSH – Gevaarlijke Stoffen Haakarmcontainer – Haakarmcontainer speciaal ingericht voor incidenten met gevaarlijke stoffen.
  • GWT – Grootwatertransport – zie WTS

H brandweer afkortingen brandweer afkortingen

  • HA – Haakarmvoertuig – Vrachtwagen met grote haak die haakarmbakken kan vervoeren.
  • HAB – Haakarmbak – Bak voor op haakarmvoertuig met diverse ladingen.
  • HD – Hoge druk – Blussysteem van een tankautospuit. Oorspronkelijk zijn dit slangen van 90 meter waar 40 bar waterdruk op wordt gezet. Aan het einde van de slang bij de straalpijp blijft ongeveer 6 bar over. Tegenwoordig zie je wat dikkere en korte hogedrukslangen zodat er meer water (debiet) uit de slang komt.
  • HIN – Hoofd Informatie – Verantwoordelijke voor informatiemanagement binnen zijn sector (bevolkingszorg, brandweerzorg, geneeskundige zorg of politiezorg).
  • HON – Hoofd Ondersteuning – Coördineert de personele en facilitaire voorzieningen.
  • HV – Hulpverlening – Klussen zoals personen bevrijden na een verkeersongeval of uit een lift. Ook dieren uit de sloot redden valt hier onder.
  • HV – Hulpverleningsvoertuig – Voertuig uitgerust voor hulpverleningsincidenten voorzien van diverse (zware) gereedschappen. Dit voertuig is vaak ook voorzien van een kraan.
  • HVH – Hulpverleningshaakarmbak – Haakarmbak ingericht met hulpverleningsgereedschappen.
  • HOVD – Hoofdofficier van Dienst – Repressief leidinggevende.
  • HRT – Hoogtereddingsteam – Brandweer team speciaal voor reddingen op grote hoogte op krappe ruimtes.
  • HW – Hoogwerker – Voertuig met hoogwerker van vaak 30 meter.
brandweer afkortingen

I

  • IBGS – Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen – Het bestrijden van incidenten waarbij chemicaliën betrokken zijn.
  • IFV – Instituut Fysieke Veiligheid – De landelijke ondersteuningsorganisatie voor de veiligheidsregio’s. Zij ondersteunen de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
  • IOOV – Inspectie Openbare Orde en Veiligheid – Sinds 2012 Inspectie JenV
  • IM – Informatiemanager – De informatiemanager COPI verzamelt, analyseert en beoordeelt zelfstandig informatie in het COPI. Tevens is hij verantwoordelijk voor het verzorgen van een adequaat en doelmatig informatieproces in het COPI. brandweer afkortingen
  • Inspectie JenV – De Inspectie Justitie en Veiligheid draagt bij aan een rechtvaardige en veilige samenleving. Dit doet de Inspectie door toezicht te houden op uitvoeringsorganisaties op het terrein van justitie en veiligheid.

J brandweer afkortingen

  • JFT – Jaarlijkse Fysieke Test – In het jaar dat brandweermensen geen PPMO doen, voeren ze de jaarlijkse fysieke test uit.

K

  • KB – Kleine brand – Een brand die met 1 tankautospuit wordt bestreden.
  • KC – Korps Coördinator – Coördinator binnen een brandweerkorps, vaak tegelijk de bevelvoerder van dienst.
  • KK – Kleine kraan – Voertuig voorzien van een kleine laadkraan.
  • KR – Kraan – Brandweer hijskraan.
  • KVT – Kazerne Volgorde Tabel – Tabel waarop vermeld staat welk voertuig in welke volgorde het snelst ter plaatse kan zijn in een bepaald gebied of vak.

L

  • LIMA – Inzetleider – Leider van een gaspakkeninzet.
  • LCOPI – Leider Coördinatieteam Plaats Incident – Leider van het COPI.
  • LD – Lage druk – Blussysteem van de brandweer.
  • LFR – Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding – De taken van de LFR zijn overgenomen door het IFV.
  • LOCC – Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum – De kerntaken van het LOCC zijn operationele informatievoorziening via het Multidisciplinair operationeel beeld (MLOB), planvorming & advisering en bijstandscoördinatie. Deze taken worden uitgevoerd om bij (dreigende) (inter)nationale incidenten, rampen, crises en grootschalige evenementen te komen tot een efficiënte en samenhangende inzet van mensen, middelen en expertise van de operationele diensten brandweer, politie, GHOR, defensie en van de gemeenten. Dit geldt tijdens de specifieke preparatiefase, de responsfase en de nafase van een crisissituatie.
  • LOTUS – Landelijke Opleiding Tot Uiting van Slachtoffers – De Landelijke Opleiding Tot Uitbeelding van Slachtoffers leidt in Nederland mensen op om zo realistisch mogelijk een slachtoffer van een ongeval of ziektebeeld uit te beelden.

M

  • MB – Middelbrand – Een brand die met 2 tankautospuiten wordt bestreden.
  • MDOTO – Multidisciplinair Opleiden Trainen en Oefenen
  • MDT – Mobiele Data Terminal – Device met informatievoorziening voor de brandweer.
  • MKA – Meldkamer ambulancezorg – De 112 meldkamer van de ambulance, tegenwoordig ondergebracht in de GMK.
  • MKO – Motorkapoverleg – Overleg tussen leidinggevende van politie, brandweer, ambulance en eventuele andere diensten tijdens een incident.
  • MOB – Motorondersteuning brandweer – Brandweer motoren.
  • MPL – Meetplanleider – De Meetplanleider bepaalt, met hulp van de gegevens van de meetploegen, het risico voor de bevolking in het effectgebied. 
  • MSA – Motorspuitaanhanger – Aanhanger met daarop een bluspomp. Deze kan op moeilijk bereikbare plaatsen komen.
  • MSA – Manschap A – Functieaanduiding van een brandweer manschap. Daarnaast bestaat Manschap B.

N

  • NB – Nader bericht – Bericht aan de meldkamer over de situatie ter plaatse. brandweer afkortingen
  • NBBC – Natuurbrand Bestrijdingscontainer – Container speciaal ingericht voor de bestrijding van natuurbranden.
  • NCC – Nationaal Crisiscentrum – Het NCC vervult de functie van interdepartementaal coördinatiecentrum en ondersteunt de nationale crisisstructuur en daarbij betrokken partijen met informatiemanagement, haar netwerk, expertise en faciliteiten.
  • NCTV – Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid – Een instantie van de Nederlandse overheid die in 2012 werd ingesteld om Nederland te beschermen tegen bedreigingen die de maatschappij kunnen ontwrichten.
  • NIBRA – Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding – Tegenwoordig IFV.
  • NIFV – Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid – Tegenwoordig IFV.
  • NP – Nevenpaneel – Extra brandmeldpaneel.

O brandweer afkortingen

  • OB – Operationeel bevelvoerder – Bevelvoerder die op dat moment de functie van bevelvoerder vervult.
  • OC – Operationeel Centrum – Operationeel Centrum van de politie.
  • OD – zie OVD
  • OGS – Ongeval Gevaarlijke Stoffen – Een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zoals chemicaliën betrokken zijn.
  • OGS – Optische en Geluidssignalen – Zwaailichten en sirenes van voorrangsvoertuigen.
  • OL – Operationeel Leider – De operationeel leider geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT en is verantwoordelijk voor de benodigde informatie overdracht en advisering aan de burgemeester (beleidsteam).
  • OMS – Openbaar meldsysteem – Het Openbaar Meldsysteem verbindt de brandmeldinstallatie van uw inrichting met de meldkamer van de regionale brandweer. Het doel van OMS is het tijdig en automatisch verzenden van een brandmelding, zodat de meldkamer kan beoordelen of er sprake is van acute noodsituatie die vraagt om brandweerzorg.
  • OSCAR – Ontsmettingsleider – Leider van de ontsmetting na een gaspakken inzet.
  • OTO – Opleiden Trainen en Oefenen
  • OVD – Officier van Dienst – Leidinggevende functie tijdens incidentbestrijding.
  • OVD-B – Officier van Dienst Brandweer – Leidinggevende functie van de brandweer tijdens incidentbestrijding.
  • OVD-BZ – Officier van Dienst Bevolkingszorg – Gemeentelijk functionaris verantwoordelijk voor de bevolkingszorgprocessen en stemt multidisciplinair af in het CoPI. 
  • OVD-G – Officier van Dienst Geneeskundig – Leidinggevende functie van de geneeskundige organisatie tijdens incidentbestrijding.
  • OVD-P – Officier van Dienst Politie – Leidinggevende functie van de politie tijdens incidentbestrijding.
  • OVD-RWS – Officier van Dienst Rijkswaterstaat- Leidinggevende functie van Rijkswaterstaat tijdens incidentbestrijding.

P

  • P2000 – Systeem waarmee brandweerpagers en andere randapparatuur worden gealarmeerd.
  • PAC – Particuliere Alarmcentrale – Alarmcentrale van een bedrijf waarop een brandmeldinstallatie aangesloten kan zijn.
  • PBA – Poederblusaanhanger – Aanhanger speciaal ingericht om met bluspoeder te kunnen blussen.
  • PC – Pelotonscommandant – Leidinggevende van een brandweer peloton.
  • PC-LOG – Pelotonscommandant Logistiek – De PC-LOG is verantwoordelijk voor het op locatie bieden van logistieke en andere ondersteuning. De PC-LOG geeft leiding aan het logistieke peloton, coördineert het logistieke proces op het incidentterrein en is de logistiek gesprekspartner van de operationeel leidinggevende. De PC-LOG maakt een analyse van de logistieke behoefte, de verwachte ontwikkeling van het incident en het daarbij meest passende logistieke optreden.
  • PD – Plaats delict – Plaats delict of pd is politiejargon voor de plaats van het delict. Dit is de plaats waar een misdrijf is gepleegd, maar ook alle andere plekken waar sporen van de misdaad aanwezig zijn, kunnen als plaats delict worden aangeduid. Denk bijvoorbeeld aan de plaats waar de vluchtauto van overvallers is achtergelaten.
  • PM – Personen/materialen voertuig – Voertuig ingericht voor het vervoer van materialen en/of personen.
  • PORTO – Portofoon – Communicatiemiddel. brandweer afkortingen
  • Prio 1 – Prioriteitsmelding 1 – Incidenten met hoge prioriteit waarbij slachtoffers betrokken zijn of dreigen te raken of grote materiele schade.
  • Prio 2 – Prioriteitsmelding 2 – Minder urgente melding waarbij hulp van de brandweer wel nodig is.
  • PPMO – Periodiek Preventief Medisch Onderzoek – De PPMO is de medisch keuring die brandweermensen periodiek ondergaan. De periode is afhankelijk van je leeftijd en ligt tussen de 1 en 4 jaar. De PPMO bestaat uit een vragenlijst, biometrische testen, functionele brandbestrijdingstest en een traplooptest.

Q

R

  • RAC – Regionale alarmcentrale – Tegenwoordig GMK
  • RAD – Regionale Ambulancedienst
  • RAV – Regionale Ambulancevoorziening
  • RBA – Rietenkap brandbestrijdingsaanhanger – Aanhanger speciaal ingericht voor de bestrijding van rietkapbranden.
  • RCDV – Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio – Landelijke samenwerkingsstructuur van commandanten en directeuren van alle veiligheidsregio’s.
  • RIS – Route Informatie Systeem – Navigatiesysteem voor de brandweer.
  • RIT – Rampen Identificatie Team – Het Nederlandse Rampen Identificatie Team of RIT is sinds 2007 een onderdeel van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO). Dit is een samenwerkingsverband in Nederland van de politie, het ministerie van Defensie en het Nederlands Forensisch Instituut. De taak van dit team is het identificeren van slachtoffers van rampen of zware ongevallen waarbij de slachtoffers niet makkelijk door de lokale autoriteiten geïdentificeerd kunnen worden. Het team kan ingezet worden in binnen- en buitenland en beschikt daarom over een grote hoeveelheid apparatuur die relatief makkelijk verplaatst kan worden.
  • RBT – Regionaal Beleidsteam – Het RBT is de organieke verschijningsvorm bij GRIP 4, naast het ROT en (eventueel) het CoPI. De leden van het RBT hebben als taak de voorzitter van de veiligheidsregio of diens vervanger daarbij te ondersteunen door hem of haar te voorzien van strategisch advies.
  • ROT – Regionaal Operationeel Team – Het ROT geeft leiding aan de beheersing van het incident. Dit team is de organieke verschijningsvorm bij GRIP 2 en hoger.
  • RV – Redvoertuig – Dit kan zowel een autoladder als een hoogwerker zijn.
  • RWS – Rijkswaterstaat brandweer afkortingen

S brandweer afkortingen

  • SB – Schuimblusvoertuig – Voertuig dat met blusschuim kan blussen.
  • SBA – Schuimblusaanhanger – Aanhanger speciaal ingericht om met blusschuim te kunnen blussen.
  • SBB – Scheepsbrandbestrijding – Team gespecialiseerd in scheepsbrandbestrijding
  • SITRAP – Situatie Rapport – Korte rapportage / bericht over de situatie ter plaatse.
  • SIV – Snel Inzetbaar Voertuig – Brandweervoertuig met 2 personen voor kleinere incidenten.
  • SLH – Slangen Haakarmbak – Haakarmbak gevuld met slangen, meestal 3 km aan slanglengte.
  • STH – Specialisme Technische Hulpverlening – Deze specialistische teams worden ingezet bij incidenten waarbij instorting dreigt of de slachtoffers met de standaard basisinzet niet te bereiken zijn. Het gaat hier om incidenten die zich zelden voordoen, maar waarvan de impact bijzonder groot is.
  • SOA – Slangopname apparaat – Apparaat om 150 mm slangen op te ruimen in een haakarmbak.
  • SVM – Schuimvormend middel – Middel dat samen met water en lucht blusschuim creëert.

Brandweer afkortingen

T

  • TAS – Tankautospuit – Type voertuig dat de brandweer normaal gesproken inzet als basisvoertuig. Het voertuig is zo ingericht dat de eerste slag geslagen kan worden bij brandbestrijding of ongevallen.
  • TBO – Team Brandonderzoek – Team dat onderzoek doet naar branden, hun oorzaak en de bestrijding ervan door de brandweer.
  • TC – Taakcommandant Brandweer – De HOvD geeft als Taakcommandant Brandweer leiding aan brandweereenheden (pelotons) bij de bestrijding van het incident ter plaatse.
  • TCO – Team Collegiale Opvang – Team dat collega’s na een schokkende gebeurtenis opvangt (voorheen BOT).
  • THV – Technische Hulpverlening – Een soort incidentbestrijding waarbij de brandweer hulp verleent aan mens en dier.
  • TIS – Trein Incident Scenario
  • TP – Ter plaatse – Op de plaats van het incident.
  • TS – zie TAS brandweer afkortingen
  • TW – Tankwagen
brandweer afkortingen

U

  • USAR – Urban Search and Rescue – Een internatonaal reddingsteam dat bestaat uit zoek- en redpersoneel, verpleegkundigen, speurhondengeleiders, ondersteunend personeel en leiding, bij elkaar ongeveer 65 personen. brandweer afkortingen

V

  • VE – Verkenningseenheid – zie WVD
  • VEB – Verkenningseenheid brandweer – zie WVD
  • VGS – Verkenner Gevaarlijke Stoffen – Verkenner gevaarlijke stoffen is een specialisme dat gericht is op het signaleren van gevaren voor de volksgezondheid, bijvoorbeeld bij grote branden of na een ongeval met een tankwagen. De Verkenner gevaarlijke stoffen is een specialisme dat gericht is op het signaleren van gevaren voor de volksgezondheid, bijvoorbeeld bij grote branden of na een ongeval met een tankwagen. De verkenner gevaarlijke stoffen werkt in teamverband in de WVD of VE.
  • VL – Voorlichting – Team dat verantwoordelijk is voor de voorlichting van de pers.
  • VOA – Verkeersongevallen Analyse
  • VZH – Verzorgingshaakarmbak – Haakarmbak ingericht om te rusten, eten en drinken voor brandweermensen.

W

  • WBC – Warmtebeeldcamera – Infraroodcamera waarmee bijvoorbeeld door rook heen “gekeken” kan worden.
  • WBDBO – Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag – Mate van brandwerendheid van bijvoorbeeld een wand.
  • WO – Waterongevallen – Een soort incidentbestrijding waarbij de brandweer hulp verleent aan mensen en dieren die in het water in de problemen komen.
  • WO – Waterongevallenvoertuig – Brandweer voertuig speciaal ingericht voor waterongevallen bestrijding. Vaak ook duikwagen genoemd.
  • WTS – Watertransportsysteem – Systeem waarbij grote hoeveelheden bluswater over grote afstanden getransporteerd kunnen worden.
  • WTS 200 – Watertransportsysteem 200 meter – Systeem waarbij bluswater over 200 meter afstand getransporteerd kunnen worden.
  • WTS 1000 – Watertransportsysteem 1 km – Systeem waarbij bluswater over maximaal 1km afstand getransporteerd kunnen worden.
  • WTS 2500 – Watertransportsysteem 2,5 km – Systeem waarbij bluswater over 2,5 km afstand getransporteerd kunnen worden.
  • WVD – Waarschuwings- en Verkenningsdienst – Team dat metingen uitvoert om uitsluitsel te krijgen over het wel of niet aanwezig zijn van gevaarlijke stoffen in de lucht.

X

Y

Z

  • ZULU – Politiehelikopter